Speech Martijn Snoep tijdens het Prinsjesdagontbijt bij de Balie
Speech Martijn Snoep tijdens het Prinsjesdagontbijt op dinsdag 16 september 2025 in de Balie
Gesproken woord geldt
Dames en heren,
In normale politieke tijden zouden er in de Miljoenennota keuzes worden gemaakt over urgente kwesties. Maar het zijn geen normale politieke tijden, dus mijn verwachtingen voor deze ronde zijn niet al te hoog.
Vandaar ook dat ik als thema voor mijn inleiding heb gekozen voor twee wat langere en abstractere ontwikkelingen die de economie en de samenleving raken. En daarmee ook de missie van de ACM, markten goed laten werken voor alle mensen en bedrijven, nu en in de toekomst.
Deze twee ontwikkelingen zijn niet positief, maar we staan als samenleving ook niet machteloos aan de zijlijn. Er zijn - weliswaar lastige - keuzes te maken en mijn oproep is om dat vooral ook te doen.
De twee ontwikkelingen zijn:
- De toenemende invloed van macht en de verminderende invloed van regels; en
- De toenemende beïnvloeding van de op zich al wankele ‘vrije wil’ van mensen
Macht versus regels
De toenemende invloed van macht en verminderende invloed van regels zie je terug op verschillende niveaus:
Ten eerste tussen landen. Het Handvest van de VN is duidelijk: soevereiniteit van de lidstaten wordt gerespecteerd. Nu is Rusland niet het eerste VN-land dat een ander VN-land zonder gerechtvaardigde reden binnenvalt. Maar deze demonstratie van ‘macht boven recht’, is uniek in zijn geografische nabijheid en gebrek aan verhulling.
We zien deze toenemende invloed van macht ook op het niveau van de internationale handel. De regering Trump laat er geen misverstand over bestaan: de decennialang gekoesterde regels en geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie zijn irrelevant geworden. Het is het recht van de economisch en militair sterkste dat telt.
Tot slot zien we de nieuwe verhoudingen ook terug in de verhouding tussen machtige niet-Europese bedrijven en de EU: kijk in dat kader nog eens terug naar de onlangs gehouden bijeenkomst tussen de ceo’s van de grote Big Tech-bedrijven en Trump. De ceo’s vleien de president met complimenten. Zij zoeken en krijgen de politieke rugdekking om zich te verzetten tegen regels die hun macht proberen te beteugelen in de rest van de wereld. En in ruil worden ook zij instrumenten van de macht van de Amerikaanse overheid.
We zullen dan ook vaker gaan zien dat grote bedrijven op democratische wijze tot stand gekomen regels negeren of op alle mogelijke manieren openlijk traineren. En we zullen ook steeds vaker gaan zien dat Europese regeringen voorzichtig worden om hier tegenop te treden door zorgen over hun economische en militaire positie. Zie hier ‘macht’ en de ‘dreiging van macht’ boven regels.
Nederland heeft hier in het bijzonder last van. Als relatief kleine en open economie, zonder militaire macht, is het gebaat bij vrede en vrije handel volgens vooraf bepaalde spelregels. Het is ook geen wonder dat er in Nederland een lange traditie bestaat van aandacht voor internationaal recht en internationaal handelsrecht.
Maar het is als land, toezichthouder of Nederlands bedrijf moeilijk om je te verdedigen tegen iemand die besluit om niet langer volgens de afgesproken spelregels te spelen. Het is alsof tijdens een voetbalwedstrijd één van de teams besluit de bal gewoon met de hand vast te pakken en zich niets aan te trekken van een boos fluitende en kaarttrekkende scheidsrechter. Wat doe je dan als het andere team? Stug doorspelen volgens de regels? Weglopen van het veld of - een andere optie,- zelf ook de bal vastpakken? Je hebt een keuze.
Om de toenemende uitoefening van macht door bedrijven te beperken is in de praktijk een strategie nodig die elementen van alle drie de keuzes toepast. Ik zal dit nader toelichten.
Stug doorspelen
Niets in de geschiedenis is voor altijd, er komt een tijd dat de verhoudingen weer veranderen en dat er wordt gesnakt naar op regels gebaseerde machtsverhoudingen, ongeacht op welk niveau. Dus laten we vooral ook door blijven spelen volgens de regels en ieder geval voorkomen dat het erger wordt.
Dat laatste kan onder meer door fusies streng te blijven toetsen om te voorkomen dat hierdoor nieuwe machtige bedrijven ontstaan. Fusiecontrole is een machtig wapen omdat het voor bedrijven heel moeilijk is om zich hier niets van aan te trekken. De huidige regels voor fusiecontrole kennen nog een paar gaten die snel moeten worden gedicht. En laten we ons wapenen tegen een steeds luider klinkende lobby van bedrijven die hun kans schoon zien en vinden dat er wel wat minder streng getoetst mag worden. Bedrijven kijken logischerwijs vooral naar hun eigen belang en dat van hun aandeelhouders en niet naar het algemeen belang.
Weglopen
Je kunt ook weglopen. Een voetbalteam dat de bal met de hand pakt, wil wel blijven spelen. Maar daarvoor heb je twee teams nodig. Weglopen van het spel kan dus een krachtig wapen zijn. De economische vorm van weglopen is stoppen met het kopen van de producten of diensten van de ander. Een sterk wapen tegen de macht van bedrijven is een kopersboycot. De door Gandhi uitgeroepen boycot van in Engeland gewoven stoffen op basis van Indiaas katoen is een inspirerend voorbeeld in zijn simpelheid.
Zo’n boycot gaat natuurlijk niet van de ene dag op de andere, want er zijn vaak nog geen goede alternatieven beschikbaar. Daarom zijn de bedrijven ook zo machtig geworden. Landen en kopers moeten dus alternatieven ontwikkelen om te kunnen weglopen, zelfs als deze in eerste instantie van minder kwaliteit zijn. Ten aanzien van Big Tech betekent dat met grote urgentie EU-alternatieven moeten worden gecreëerd voor de meest cruciale IT-diensten. De Europese Commissie en de nationale overheden moeten dit maximaal gaan ondersteunen. Dat geldt ook voor de ACM en dat gaan we ook doen.
Volledige digitale soevereiniteit is onmogelijk, maar meer soevereiniteit dan nu het geval is zal al een hele verbetering zijn. Clouddiensten en applicaties voor professioneel gebruik zouden daarbij voorrang moeten krijgen. Europese sociale media zouden zeer welkom zijn, maar als we moeten kiezen laten we dan beginnen bij een Europese cloud en Europese alternatieven voor essentiële kantoorsoftware zoals het opstellen en bewaren van documenten, mailen en het gebruik van spreadsheets. Zonder deze software kunnen we helemaal niets meer om onze samenleving draaiende te houden. De overheid als grote inkoper moet hier een aanjager zijn, net als voor de economie cruciale private bedrijven. Denk aan banken en verzekeraars. De sectorale toezichthouders kunnen hier dus ook een rol spelen. Maar wel belangrijk is dat we ook geen nieuwe vergelijkbare afhankelijkheden creëren. Schaal is belangrijk, maar de afhankelijkheid van het ene Amerikaanse bedrijf inruilen voor de afhankelijkheid van een ander Europees bedrijf is slechts gradueel beter.
Zelf de bal vastpakken
Tot slot de keuze zelf de bal vast te pakken en dus net als het andere team de spelregels niet te volgen. Dit is een hele gevaarlijke strategie want de volgende stap kan bijvoorbeeld zijn dat het andere team niet alleen de bal vastpakt, maar ook begint te slaan. Er zijn immers toch geen regels meer. Je delft dan al snel het onderspit. Maar geheel de ogen sluiten voor deze optie, is ook niet verstandig. Dit vergt dus een behoedzame keuze die ook vooral ten dienste moet staan van de andere twee opties: stug doorspelen en weglopen.
Denk bijvoorbeeld aan het zodanig inrichten van overheidsaanbestedingen dat de ontwikkeling van EU-alternatieven wordt bevorderd met het oog op de nationale veiligheid, of het op een andere manier beschermen van de Europese IT-industrie. Allemaal niet ideaal als iedereen zich aan de regels zou houden, maar misschien wel de minst slechte als dat niet het geval is.
Tussenconclusie
Kortom, in de economie is macht belangrijker geworden en regels minder belangrijk. Dat valt te betreuren en niet alleen omdat dit slecht nieuws is voor toezichthouders en juristen. Tegelijkertijd heeft het geen zin om in een hoekje te gaan simmen en te verlangen naar een overigens kortdurend verleden toen het nog anders was. Het is wat het is en we moeten leren ons te verhouden tot deze nieuwe realiteit door keuzes te maken gebaseerd op een combinatie van stug volhouden, weglopen en zelf de bal vastpakken.
De ‘vrije wil’ onder druk
Dan kom ik aan bij de tweede aan het begin van mijn verhaal genoemde ontwikkeling, die van de toenemende beïnvloeding van de al onder druk staande ‘vrije wil’. Veel economische modellen en overheidsinterventies gaan uit van de rationeel handelende mens die goed geïnformeerd en in vrijheid een bewuste keuze maakt en daar dus ook verantwoordelijk voor is. Het is niet mijn bedoeling om mij te begeven in het eeuwenoude filosofische debat of de ‘vrije wil’ bestaat of niet en zo ja, in welke mate.
Wat ik wil aansnijden is dat die keuze steeds minder vrij wordt - of beter gezegd - nog effectiever dreigt te worden beïnvloed door derden. De oorzaak hiervan ligt bij de digitale revolutie die gaande is en die het mogelijk maakt om steeds betere, empirisch getoetste beïnvloedingsmethoden te gebruiken die zijn toegesneden op steeds kleinere groepen van vergelijkbare mensen.
Een stapje terug. Beïnvloeding van de ‘vrije wil’ is al zo oud als de weg naar Rome. Volksmenners, sekteleiders en marktkooplieden weten - op basis van intuïtie en overlevering - al eeuwen hoe ze groepen van mensen moeten bespelen. Maar er zijn drie nieuwe ontwikkelingen die hun invloed vergroten.
Ten eerste maakt digitale techniek het mogelijk om grootschalig te testen wat bij mensen werkt en wat niet. Grote bedrijven, en zeker digitale bedrijven, voeren permanent honderden A/B-tests uit om te kijken welke aanpassing leidt tot meer verkoop of aandacht. Sociale media bedrijven volgen permanent welke posts langer de aandacht vasthouden of leiden tot meer engagement dan andere en passen hun verspreidingsalgoritmes hierop aan.
Ten tweede kunnen ook via die digitale techniek en sociale media makkelijker specifieke kleine doelgroepen worden samengesteld die vervolgens met een op die doelgroep toegesneden en in de praktijk geteste beïnvloedingsstrategie worden benaderd. Het bedrijf dat dit het beste doet wint in de aandachtseconomie. En het werkt. Wie heeft zichzelf nooit betrapt op een te lange en zinloze doomscroll op een ogenschijnlijk verloren moment?
Ten derde versnelt AI beide ontwikkelingen exponentieel omdat sneller testen kunnen worden opgezet, sneller kan worden gezien wat werkt en wat niet, sneller de beïnvloedingsstrategie kan worden aangepast en deze kan sneller worden toegepast op een steeds kleinere doelgroep. Menselijke tussenkomst in dit proces verdwijnt naar de achtergrond.
Daar komt bij dat door AI het verschil tussen feit en fictie nog moeilijker valt te onderscheiden waardoor beïnvloeding niet alleen plaatsvindt via de distributie van feiten, maar ook door aanpassing van de feiten zelf.
Beïnvloeding van de ‘vrije wil’ is door grootschalige data-analyse, kleinschalige doelgroepbenadering en AI veel sneller, preciezer en dus effectiever geworden. Laten we ervan blijven uitgaan dat de mens uiteindelijk niet geheel zal worden gereduceerd tot een willoos en volledig door algoritmes manipuleerbaar wezen. Het gaat mij om de ontwikkeling en de vraag hoe we hiermee omgaan.
Er zijn grofweg een drietal opties reguleren, verbieden en vrijlaten:
Reguleren
De reflex van veel politici, toezichthouders en mensen is om als een product of dienst een onwenselijk gevolg heeft, te roepen om meer of betere regulering en toezicht daarop. Geheel verbieden wordt vaak te paternalistisch gevonden en geheel vrijlaten te anarchistisch. Denk aan de discussie rond roken.
Er zijn begrijpelijkerwijs veel zorgen over de verslavende technieken van algoritmes in de aandachtseconomie en over sluwe verkoopmethodes die gebruikmaken van een keuzetunnel, kunstmatige schaarsteclaims en de ‘fear of missing out’.
Je ziet dan ook in het digitale terrein steeds meer regulering die met de beste bedoelingen mensen en bedrijven probeert te beschermen tegen grote digitale bedrijven, maar in essentie tegen zichzelf. Onder andere de DMA, DSA, DA, AI Act en DFA (in wording) zijn allemaal pogingen om schadelijke effecten voor de samenleving te beperken.
Het nadeel van regulering is dat ze meer regels en toezicht daarop vergen terwijl er tegelijkertijd een tendens is van regels naar macht. De wens om te reguleren staat hier dus haaks op.
Een tweede nadeel is dat ze mensen en bedrijven proberen te beschermen tegen iets dat ze graag willen (of denken te willen) en waar ze grosso modo tevreden mee zijn, althans op de korte termijn. Het blijft daardoor een ongelijke strijd vergelijkbaar met de strijd tegen roken, overgewicht en drugs.
Ik pleit er niet voor dat we stoppen met regulering en toezicht, maar het is ook goed om hiervan de beperkingen in te zien.
Verbieden
Verbieden lijkt misschien op het eerste gezicht op regulering maar is toch iets wezenlijk anders. De overheid probeert niet om schadelijke effecten te beperken, maar verbiedt dat bepaalde diensten worden doorgegeven op het eigen grondgebied. Dat is niet iets wat we gewend zijn in Europa en wat we alleen kennen van landen waaraan we ons liever niet spiegelen, maar het is wel een optie. Dat was het ook voor de VS toen zij voornemens waren in hun eigen land TikTok te verbieden. Natuurlijk zullen er methoden blijven om een eventueel verbod te omzeilen. Maar een door een democratische meerderheid gedragen verbod kan echt. Het is een keuze met uiteraard ook grote nadelen, maar er zijn nadelen aan iedere keuze.
Ik snap uiteraard dat een verbod zeer ingrijpend is in een open samenleving met veel vrijheden voor burgers om dingen te doen die niet noodzakelijkerwijs in hun eigen belang zijn. Maar er is nu meer aan de hand dan dat. Er lijkt een causaal verband te bestaan tussen bepaalde diensten en negatieve externe effecten die worden afgeschoven op de samenleving. Denk aan mentale problemen van jongeren, agressie en aantasting van fundamentele democratische waarden. Ik betoog niet dat we bepaalde diensten moeten verbieden maar we moeten deze keuze ook niet a priori afwijzen en afwegen tegen alternatieven.
Het is goed om daarbij te beginnen met het beschermen van kinderen tegen de voor hen meest schadelijke diensten. Het paternalistische argument is hier ook het minst sterk. Wat dat betreft is het interessant om de effecten van het smartphoneverbod op scholen te volgen. Dat is een light versie van verbieden.
Vrijlaten
En dan is er de andere strategie. Volledig vrijlaten. De maakbaarheid van de samenleving en de economie kent nu eenmaal grenzen en mensen zijn goed in het zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Mijn ouders maakten zich zorgen over televisieverslaving. Televisiekijken was aan strikte regels gebonden, anders zou het slecht met mij aflopen. Bovendien is het zo dat niet alle schade te voorkomen is tegen daarvoor aanvaardbare inbreuken op de vrijheid, kosten en inspanningen. Dat vergt acceptatie dat er grenzen zijn aan wat maakbaar is en vertrouwen dat het wel goed komt.
Afronding
Ik heb twee belangrijke ontwikkelingen geschetst die ook raken aan de missie van de ACM om markten nu en in de toekomst goed te laten werken. De vervanging van regels door macht en de toenemende beïnvloeding van de vrije wil. Maar zoals gezegd: we hebben als samenleving een keuze hoe hierop te reageren. Er zijn verschillende handelingsperspectieven, zeker op Europees niveau. Die perspectieven zijn soms tegenstrijdig - verbieden en vrijlaten - en vergen een bewuste afweging van voor- en nadelen. Maar we hoeven niet willoos langs de zijlijn te staan. Er liggen echt keuzes voor. Laten we die dan ook gezamenlijk maken.
Dank u wel.